Alles in de fik
Die avond was Ad laat nog aan het werk in de loods achter hun huis in Hoeven, samen met zoon Stefan. ‘In het bedrijf van mij en mijn neef Piet. We verhuurden zelfgemaakte polyester figuren en produceerden polyester mallen voor de betonindustrie.’
Rond middernacht zag Ad ineens kleine vlammetjes op de grond. ‘Voor ik het wist stond alles in de fik. Ik rende naar buiten en direct weer naar binnen, op zoek naar Stefan. Ik zag hem, hij kon langs de andere kant weg. Maar ik raakte ingesloten door de rook. Met nauwelijks lucht zocht ik kruipend de uitgang. Net toen ik dacht ‘dit was het dan’, viel ik door de roldeur naar buiten.’






